Is karate wel een oude kunst?

Aan de muur van de gymzaal hang ik elke karateles een foto van Sensei Gichin Funakoshi, en op dat moment is de zaal veranderd in een dojo. De karatetraining start in mijn dojo altijd met een groetceremonie en een onderdeel daarvan is dat we de kamiza, de plek waar de foto van Gichin hangt, groeten. Een vorm van respect en eerbied. En elke keer als we die ceremonie doen, vraag ik mij af hoe het was in de “oude” tijd? Vorig jaar heb ik voor de 4e maal het boek “Karate-do my way of life” van Gichin Funakoshi gelezen. Na al die jaren blijft dit boekje mij boeien, maar elke keer weer in een ander perspectief. Deze keer probeerde ik te ontdekken onder welke omstandigheden Funakoshi het karate heeft verspreid en vooral wat zijn drijfveer was.

My_way_of_life_Funakoshi

Hij leefde op het eiland Okinawa, een Japans eiland in de Oost-Chinese zee. Dit eiland staat er nu om bekend dat haar bewoners een zeer hoge levensverwachting hebben. Velen van hen zijn honderdplussers, en daarbij ook nog eens kerngezond. Deze bewoners moeten haast wel Funakoshi gekend hebben. Hij leefde van 1868 tot 1957. Okinawa was een handelspunt, en vooral met China onderhielden ze goede contacten. De Chinese cultuur werd op dit eiland bijzonder gewaardeerd. Elk persoon, elk idee, of product dat uit China kwam werd met veel respect behandeld. Dus ook de vechtkunsten (Martial Arts) uit China waren zeer gewilde importproducten. Deze kunsten werden door de Okinawabewoners Toudi genoemd. In de boeken wordt deze kunst ook wel Tode, Tuido en Tote genoemd. In het Japans kan het eerste karakter worden uitgesproken als “Kara”. Japanse karakters kunnen op verschillende manier worden uitgesproken.

Het Toudi werd door de eilandbewoners verder ontwikkeld en een klein aantal beoefenaren wilde deze kunst op het vaste land (Japan) verspreiden. Niet alleen Gichin Funakoshi, maar ook Mabuni Kenwa, Muyagi Chojun en Motobu Coki wilden deze bijzondere kunsten verspreiden. In die tijd hadden China en Japan vele conflicten op het gebied van handel en militaire zaken, maar ook de bevolkingen konden elkaar niet luchten of zien. Elke verbinding of oorsprong uit China werd door de Japanners verafschuwd. Om het Toudi toch bekend en geaccepteerd te laten worden in Japan werden vele dingen veranderd, inclusief de naam. Het eerste karakter “Tou” of “Kara” werd door een ander karakter vervangen, dat ook werd uitgesproken als Kara. Echter het betekende “leeg” in plaats van “Chinees.” In één van de eerste karateboeken, getiteld “Karate Shoshu Hen”, geschreven door Chomo Hanagi werd er al gesproken van “kara” in plaats van “tou”. Later heeft Funakoshi dit ook overgenomen omdat hij in Japan veel te maken kreeg met het Japans Nationalisme en de groeiende haat tegen de Chinezen.

Op 25 oktober 1936 werd er een bijzonder congres gehouden door verschillende Okinawa meesters. Daar werd officieel besloten dat de naam van “Toudi” werd veranderd in “Karate”. In feite was dit eigenlijk een marketingstunt om het karate te verspreiden over Japan zonder dat daarbij nadrukkelijk de Chinese oorsprong werd genoemd. Het karakter “di” en “te” bleven behouden, immers het betekende hand en lege hand dat dekte ook mooi de lading van deze kunst, namelijk het zich kunnen verdedigen zonder wapens. Funakoshi gaf er ook een wat meer boeddhistische betekenis aan. Het Zenboeddhisme gaat uit van leegte en de naam van het karate sluit daar mooi bij aan. De manier van karate trainen en oefenen heeft ook wel parallellen met ander Zenkunsten. Het eindeloos oefenen om inzicht te verkrijgen in de ware eigen aard. In het kader hiervan werd ook het karate do (tao) aan het woord karate toegevoegd, dus karate-do.

In feite zien we dat het fundament van karate vooral werd gevormd in de eerste 40 jaar van de vorige eeuw. De naam is wel puur Japans maar vindt haar oorsprong in China. En een stelletje zeer gemotiveerde en gepassioneerde meesters heeft er alles aan gedaan om karate geaccepteerd te krijgen in Japan en zelfs daarna wereldwijd. Niet alleen het beoefenen van karate om beter te worden is een drijfveer, maar ook het delen en verspreiden. Gichin Funakoshi is daarvan één van de vele voorbeelden uit het verleden. Ook zijn er in ons land velen die met diezelfde passie en liefde het karate beoefenen en verspreiden.

André Brockbernd | Stichting Dokan