“To become different from what we are, we must have some awareness of what we are!”  Bruce Lee

Jan Bloem schrijft weer een interessante column voor de Taiko. Het onderwerp van deze column: Lichaamsbewustzijn.

In de verschillende kaderopleidingen van de KBN (dojo-assistent, assistent-leraar en leraar) geldt de ‘zelfdeterminatietheorie’ van Deci & Ryan als één van de theoretische pijlers. De kern van de theorie wordt gevormd door de stelling dat er drie natuurlijke basisbehoeften zijn die, indien deze bevredigd worden, een optimaal functioneren, welbevinden en groei van een persoon toestaan:

Autonomie. Wij zijn op zoek naar individuele vrijheid en het gevoel van zelfbeschikking. Wanneer je bijvoorbeeld gaat studeren en op kamers gaat wonen, gaat het niet alleen om het wonen op zich, maar ook om de vrije keuze te hebben om wel of niet thuis te blijven en als je gaat hoe laat je weer thuis komt.

Verbinding. We zoeken interactie, verbinding met anderen en willen graag ergens bij horen.

Competentie. We willen graag goed in iets zijn, iets kunnen en succes ervaren in het toepassen van wat we weten en kunnen.

Autonomie is binnen de Budokunsten een lastige factor. Budo leunt namelijk erg op Aziatische tradities waarin collectiviteit centraal staat en in dat kader heeft autonomie een heel andere betekenis c.q. plek dan in onze Westerse cultuur die vooral individualisme voorstaat. Verbinding is iets wat vaak spontaan ontstaat en er zijn ook karateclubs die er veel aan doen om juist die verbindingsfactor (verenigingsgevoel) te stimuleren.

De centrale focus echter binnen het karate-onderwijs is echter doorgaans de competentie. We willen beter worden in karate. We willen examens doen en het liefste succesvol. We willen wedstrijden doen en het liefste (een beetje) met succes.

En in dit artikel is dat nu juist wat ik wil bespreken, d.w.z. de wijze waarop we binnen het karate omgaan met het ‘beter worden’. De reden: alhoewel competentieverbetering centraal staat, komt het belangrijkste middel om tot die competentieverbetering te komen er bekaaid van af.

Wat is dat middel? ONS LICHAAM! Karate is een lichaamsgerichte activiteit. Hoe je het ook draait of keert, in het karate moeten we iets met het lichaam en alle mogelijkheden en beperkingen die hier aan gekoppeld zijn.

Een doorsnee karateles

Een gemiddelde karateles begint met een warming up. Deze warming up omvat doorgaans wat cardiovasculaire oefeningen zoals rondjes rennen, wat mobiliserende oefeningen enzovoorts. Een warming up die vaak weinig specifiek is en die bij iedere tak van sport zou kunnen dienen als (goede) warming up. Daarna is het vaak tijd voor techniektraining. Het aanleren van nieuwe technieken en het herhalen van reeds geleerde technieken. Dit kan op verschillende manieren. Soms gaat het om individuele uitvoeringen, soms om partneroefeningen. Daarna een korte cooling down.

Je zou kunnen zeggen: “Wat is hier mis mee?” En dat is nu net de vraag die ik me heb gesteld.

Differentiëren alleen is niet voldoende

Ik heb me er zelf op een gegeven moment op betrapt, dat ik in dezelfde valkuil was beland als zo vele andere leraren. En die valkuil is, dat het lesgeven aan ‘talentvolle’ leerlingen makkelijker is dan aan mensen die psychomotorisch wat beperkter zijn. Ik weet dat veel leraren dit ontkennen, maar ik heb dit bij mezelf geconstateerd en heb het in al die jaren keer op keer bevestigd gezien als ik collega’s zag lesgeven. En ik veroordeel het ook niet. Het is een constatering, een realisatie.

Toen ik me hiervan bewust werd, vond ik het tijd voor een andere aanpak. Ik ging meer differentiëren. Echter differentiëren alleen hielp niet voldoende. Hiermee bedoel ik, het leidde niet tot de vooruitgang die ik had verwacht. Ja, de talenten schoten enorm vooruit. Maar de mindere goden eigenlijk niet. Wat was er aan de hand? In alle opleidingen wordt differentiëren als Haarlemmer Olie gebracht. Als dé oplossing voor het omgaan met niveauverschillen! Nou, ik ben tot de conclusie gekomen, dat differentiatie alleen niet voldoende soelaas biedt. Wat miste er dan? Hoe kon ik de competentie van juist iets minder psychomotorisch begaafde leerlingen verbeteren? Een zoektocht naar de ‘missing link’ was begonnen.

De ‘missing link’

Wat is dan die ‘missing link’? Het antwoord op die vraag gaf een leerling van mij me jaren terug. Deze leerling trainde echt ontzettend hard en was zelden afwezig. Ook thuis oefende hij gedisciplineerd. En toch, echt vooruit kwam hij niet. Dit frustreerde hem enorm. Op een dag zag hij het niet meer zitten. Tijdens de training zag ik hem ineens aan de kant gaan zitten. Aangezien hij dit nooit deed, vond ik dat ik even naar hem toe moest gaan. Ik vroeg mijn assistent even de les over te nemen en liep naar hem toe. Toen ik hem vroeg wat er aan de hand was, zei hij: “Ik weet het eigenlijk niet. Ik train me kapot, maar het is alsof ik iets niet heb wat nodig is om dit goed te leren. En daarbij begin ik van alles te voelen in mijn lijf, maar het is alsof mijn lijf Chinees tegen me spreekt. Ik versta er geen reet van!” Dat was mijn ‘eureka’ moment! Ineens wist ik wat er miste!

Heel veel mensen lijken totaal geen contact met hun lichaam te hebben. Ze zitten vooral veel en ‘leven’ vooral in hun hoofd. Hun lichaam is eigenlijk een soort vreemde voor ze. En dat is de missing link! Zolang leerlingen niet in staat zijn signalen van hun lichaam te herkennen, vervolgens te ‘vertalen’ en op basis hiervan actie te ondernemen, is een goed leerproces schier onmogelijk of het duurt onnodig lang voordat leerlingen progressie boeken. Voor veel mensen is het schijnbaar zo dat hun lichaam inderdaad Chinees spreekt en zij snappen er helemaal niets van. Er wordt van alles geroepen, maar het frustreert en roept misschien zelfs angst op.

Met de leerling die ik eerder benoemde, ben ik gaan werken aan enerzijds ‘body awareness’. Toen zich dat begon te ontwikkelen, ben voegde ik daar een soort van sensomotorische integratie aan toe. Dat zijn oefeningen die zeg maar de coördinatie behoorlijk stimuleren. Dit leidde er toe dat mijn leerling beter kon communiceren met zijn lichaam en dat hij nu beschikte over de neuropsychologische randvoorwaarden om het gesprek met zijn lijf ook effectief om te zetten in actie. Vanaf dat moment ging hij echt als een speer vooruit. Ik ben dit inzicht verder gaan uitwerken en heb het een vast onderdeel gemaakt van mijn trainingen. En echt eerlijk waar, alle leerlingen gingen met enorme sprongen vooruit in een korter tijdsbestek. Daarnaast zag ik ook dat de retentie enorm verbeterde. Dit wil zeggen, dat leerlingen de lesstof ook daadwerkelijk konden reproduceren, ook al hadden we de technieken wekenlang niet bewust getraind.

Conclusie

Het verbeteren van het lichaamsbewustzijn dient wat mij betreft een fundamenteel onderdeel te zijn van de karate les. Enerzijds draagt het enorm bij aan het competentiegevoel van leerlingen. Anderzijds onderscheidt karate zich hiermee ook van sporten als voetbal en zelfs MMA en kickboksen. We kunnen een laag dieper. Uiteindelijk draagt een verbetert lichaamsbewustzijn ook bij aan de totale persoonsontwikkeling van leerlingen, juist vanwege het feit dat deze beter kan voelen wat goed en niet goed is voor hem of haar.

Met andere woorden, beoefen je karate, zoek dan naar geschikte oefeningen en integreer die in je training. Ben je leraar, zoek dan naar dan naar geschikte oefeningen en integreer die in je training! Zoals Bruce Lee ooit zei: “To become different from what we are, we must have some awareness of what we are!”

Go Seicho arigatogozaimashita!

Jan Bloem

NB. Binnen opleidingen van de KBN besteed ik hier zeker aandacht aan. In overleg met het KBN bestuur overdenken we ook een speciale module voor karateka en voor leraren waarin dit thema centraal zal staan. Hierover later meer.